1949-1974

Het seizoen 1949-1950 was vergeleken bij het vorige uiterst rustig. Het aantal jeugdleden vertoonde een kleine stijging, de financien bleven zorgelijk. Het bestuur vertrouwde erop, dat zij evenals voorgaande jaren op een flinke bijdrage uit het trainingsfonds zou kunnen rekenen. Op de training zou trouwens flink bezuinigd kunnen worden toen als oefenmeester was aangesteld de oud-eerste-elftalspeler A. Mulder. Deze had ook reeds in het afgelopen seizoen de traning moeten overnemen, daar de heer van der Wel wegens herhaaldelijke afwezigheid op staande voet was ontslagen.

Melding werd gemaakt van het overlijden van oud-secretaris, de heer L.C. van Ekeren. Tot zijn vertrek uit onze gemeente had hij zich vele jaren lang voor de vereniging zeer verdienstelijk gemaakt en uiteraard werd hem bij de crematie op Westerveld door vele H.S.C.-ers de laatste eer bewezen.

Alle 4 seniorenelftallen moesten met een bescheiden plaats op de ranglijst genoegen nemen, maar degradatiegevaar had er alleen voor het tweede elftal bestaan. Het eerste elftal had na de spannende competitie van het vorig jaar alle gelegenheid het dit seizoen wat kalmer aan te doen, vanwege het feit dat in de eerste klasse Friesland zeer zwak bleek te zijn en slechts een punt veroverde. De voorsprong van H.S.C. op deze club bedroeg 14 punten, doch een gedeelde tweede en derde plaats van onderen met Leeuwarden toonde duidelijk aan, dat de komende seizoenen niet gemakkelijk zouden worden.

Een extra verzwaring betekende de versterkte degradatieregeling, waarbij werd bepaald, dat de beide laatste plaatsen automatische degradatie zou betekenen. De competitie zou starten met 12 verenigingen. Nieuwe gezichten waren Zwartemeer, Zwolsche Boys en Go Ahead. De junioren namen aan de competitie deel met 3 A- en 4 B-elftallen. A1 eindigde in de middenmoot, A2 op de tweede plaats, terwijl A3 zich ook redelijk goed handhaafde. B1 en B2 werden beide kampioen.

In dezelfde klasse als B2 speelde ook B3 en B4. B3 heeft het B2 zeer lastig gemaakt, maar moest uiteindelijk de eer aan B2 laten. B4 had een zware dobber, doch slaagde erin aan de laatste plaats te ontkomen. De beide welpenelftallen speelden tegen Hoogezand en verder op een toernooi van Velocitas. Tenslotte kan nog worden vermeld, dat tijdens de jeugdweek van de KNVB te Nunspeet door onze junioren vriendschapsbanden werden aangeknoopt met de jeugd van Sliedrecht. Dit leidde tot een bezoek van de Sliedrecht-jeugd aan ons met Pasen en een tegenbezoek van onze jongens met Pinksteren.

 

Aiki Bakema

Op deze plaats staan wij even stil bij de enige H.S.C.-er die er tot op heden in geslaagd is uit te komen voor het Nederlands Elftal. De verkiezing van Aiki Bakema in het Nederlands Jeugdelftal was natuurlijk voor H.S.C. en eigenlijk voor geheel Noord Nederland een uniek gebeuren. Vanzelfsprekend dient hieraan in ons Jubileumboek de nodige aandacht te worden besteed.

Op de woensdagmorgen van de 7de oktober 1992 stapte ik, na gemaakte afspraak, in mijn auto en ging op weg naar Veendam. Aiki zat reeds op het adres Oranjepark 12 op mij te wachten. Samen lieten we de prachtige tijd, die we toen samen met onze andere elftalgenoten mochten beleven, de revue passeren. We beseften, dat deze tijd een prachtige in je leven is geweest. Over Aiki's tijd als international laat ik hem zelf aan het woord.

In 1949 werd ik uitgenodigd door de KNVB met het Nederlands Jeugdelftal deel te nemen aan een groot internationaal jeugdtoernooi. Dit was het rote FIFA-7 landen toernooi. Coach was toen de bekende Jaap van der Leck. Ik accepteerde natuurlijk graag de uitnodiging, want wie maakt nu zoiets mee? Het was juist in de tijd, april 1949, dat de v.v. H.S.C. haar 50-jarig bestaan vierde. Dit moest ik, evenals de viering van mijn 18de verjaardag op 20 april 1949, noodgedwongen mislopen. Maar dat interesseerde mij eigenlijk niet zoveel. Ik mocht immers het oranje shirt dragen met de leeuw op mijn borst.

Van Oostenrijk, welk land het eerst moest worden bestreden, wonnen we met 3-1. Ook Ierland werd met 2-0 aan de zegekar gebonden. In beide wedstrijden blies ik behoorlijk mijn partijtje mee. In de finale moest worden aangetreden tegen Frankrijk. Deze wedstrijd ging voor Nederland helaas verloren, zodat we als goede tweede eindigden. Van de finalewedstrijd hield ik echter een minder prettige ervaring over. Bij een aanval op het Franse doel kwam ik onzacht met de Franse keeper in aanraking. Het gevolg was, dat ik aan deze botsing drie gekwetste ribben overhield.

10 dagen heb ik in Zeist vertoefd. Prachtige dagen waren het. Lummelen was er niet bij. Een prachtig intermezzo was het feit dat, tijdens mijn verblijf daar, twee H.S.C.-ers mij kwamen bezoeken. Het waren elftalgenoot van H.S.C. Tjarko Kuitse en de in het 2de elftal spelende Ammy Hendriks. In mijn ogen heeft het bestuur in die tijd enigszins gefaald. Als jeugdlid had ik wat meer begeleiding verwacht.

In die tijd trainde ik zeer intensief. Zeven keer in de week kon je mij vinden op het trainingsveld van H.S.C. Een trouwe metgezel was elftalgenoot Piet Hofkamp, een fantastische keeper in die tijd. Piet kwam elke dag op zijn fiets uit Westerbroek om mij bij de training bij te staan. Ook Jan Stuut kwam vaak langs om mij, van links, van de nodige voorzetten te voorzien. Terreinknecht Bergman kan ik me ook nog goed herinneren. Hij maakte voor ons de ballen etc. prima in orde.

In 1950 heb ik nog eens voor "Jong Oranje" tegen Belgie gespeeld. Een belevenis voor mij van de bovenste plank. Helaas verloren we met 3-2. In mijn geheugen is altijd achtergebleven de naam van de Belgische visboer Rick Coppens. Later heeft deze Coppens vele keren in het Belgisch nationaal elftal gespeeld.

Ik ben ook zeer trots, dat ik de nationale reclamewereld haalde. Mijn foto prijkte bij de karamelfabriek Verhaar te Zeist. Zo'n fotoplaatje kreeg je cadeau, indien je een bepaald aantal karamels kocht. Wat dat betreft heb ik te vroeg geleefd, ha, ha, ha....... Aan zulke zaken wordt nu grof verdiend".
 
Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!